Wat de tegenbewijsregeling doet
Box 3 rekent standaard met een forfaitair rendement: een verondersteld percentage per vermogenscategorie, ongeacht wat u werkelijk verdiende. Voor 2026 is dat 1,28 % op bank- en spaartegoeden, 6,00 % op beleggingen en 2,70 % op schulden, waarna 36 % belasting volgt over het saldo boven het heffingsvrije vermogen van € 59.357 (€ 118.714 met fiscaal partner).
De tegenbewijsregeling laat u aantonen dat uw werkelijke rendement lager was. Is dat zo, dan betaalt u over het lagere bedrag. Was het hoger, dan blijft het forfait staan — de regeling kan u dus nooit slechter uit laten komen dan het forfait, alleen beter.
Hoe het werkelijke rendement wordt berekend
werkelijk rendement =
ontvangen inkomsten
+ eindwaarde − beginwaarde
− stortingen
+ onttrekkingen
− betaalde rente op schulden
Vier regels bepalen de uitkomst, en ze wijken alle vier af van wat mensen intuïtief aannemen:
| Regel | Gevolg |
|---|---|
| Ongerealiseerde waardestijging telt mee | Een koerswinst die u niet heeft verzilverd, is toch rendement |
| Kosten zijn niet aftrekbaar | Behalve rente op box 3-schulden. Transactie- en beheerkosten niet |
| Nominaal, niet reëel | Inflatie speelt geen rol; een rendement gelijk aan de inflatie is toch belast |
| Geen verliesverrekening | Een negatief jaar levert nul heffing op, maar verdwijnt daarna |
Stortingen en onttrekkingen zijn geen rendement. Wie in juni € 20.000 bijstort, ziet het vermogen stijgen zonder dat er iets is verdiend. Precies dit onderscheid maakt de berekening lastig: uw eindsaldo weet u, maar het onderscheid tussen “verdiend” en “bijgestort” staat in geen enkel jaaroverzicht.
Wanneer is tegenbewijs gunstig?
Kort gezegd: in een slecht of vlak beursjaar. Het forfait van 6,00 % op beleggingen is hoog. Wie op 4 % uitkwam, betaalt met tegenbewijs minder; wie op 12 % uitkwam, laat het forfait staan.
Vuistregel per categorie:
- Spaargeld — het forfait van 1,28 % ligt dicht bij de werkelijke spaarrente. Tegenbewijs levert zelden veel op.
- Beleggingen — hier zit het verschil. Het forfait van 6,00 % is de reden dat de regeling überhaupt bestaat.
- Verhuurd vastgoed — de waardeontwikkeling telt mee, ook zonder verkoop. Bij stijgende woningprijzen valt tegenbewijs vaak juist ongunstig uit.
Let op: het rendement wordt over uw hele box 3-vermogen bepaald, niet per categorie. U kunt niet tegenbewijs toepassen op de beleggingen en het forfait op het spaargeld.
Wat er in 2028 verandert
Het wetsvoorstel dat werkelijk rendement tot hoofdregel maakt, is doorgeschoven naar 2028. De tegenbewijsregeling is de tussenoplossing die volgt uit de arresten van de Hoge Raad, en geldt voor de jaren daarvóór.
De contouren van het nieuwe stelsel verschillen wezenlijk van de huidige regeling:
- Vermogensaanwas wordt de norm: jaarlijks belasting over waardestijging, ook zonder verkoop.
- De vermogensvrijstelling van € 59.357 verdwijnt en maakt plaats voor een vrijstelling op het rendement van ongeveer € 1.800.
- Verliesverrekening tussen jaren wordt wél mogelijk, wat in de huidige regeling ontbreekt.
Voor wie nu al belegt betekent dat één ding: de administratie die u vanaf 2028 verplicht bijhoudt — waarde per 1 januari, waarde per 31 december, alle stortingen en onttrekkingen — is dezelfde administratie die u nu nodig heeft om tegenbewijs te kunnen leveren. Er is geen reden om daar tot 2028 mee te wachten.
Waarom dit met meerdere brokers echt lastig wordt
De formule is eenvoudig. De invoer is dat niet.
- Beginwaarde per 1 januari moet u van elke rekening hebben, in euro, op dezelfde datum. Brokers versturen jaaroverzichten in verschillende formaten en soms in vreemde valuta.
- Stortingen en onttrekkingen moet u scheiden van rendement. Een overboeking tussen twee eigen rekeningen is geen van beide, maar ziet er in beide overzichten uit als een van beide.
- Valuta doen mee. Een dollarpositie die in dollars vlak bleef, kan in euro’s rendement hebben opgeleverd — of verlies.
- Een broker die u tussentijds verlaat verdwijnt uit uw overzichten, terwijl de rekening dat jaar wel rendement heeft gemaakt.
De Belastingdienst vraagt niet om uw beleggingsresultaat zoals uw app dat toont. Het vraagt om een bedrag dat u uit uw eigen administratie moet afleiden, en waarvoor de bewijslast bij u ligt. Wie meerdere rekeningen in meerdere valuta aanhoudt, heeft daarvoor een transactieadministratie nodig — geen saldo-overzicht.