Kaptal

Werkelijk rendement in box 3: hoe u het zelf uitrekent

Kort gezegd

Werkelijk rendement in box 3 is de ontvangen inkomsten plus de waardeverandering van uw vermogen — gerealiseerd én ongerealiseerd — gecorrigeerd voor stortingen en onttrekkingen. Is dat bedrag lager dan het forfaitaire rendement, dan betaalt u via de tegenbewijsregeling over het lagere bedrag.

4 min leestijd Cijfers gecontroleerd

Wat de tegenbewijsregeling doet

Box 3 rekent standaard met een forfaitair rendement: een verondersteld percentage per vermogenscategorie, ongeacht wat u werkelijk verdiende. Voor 2026 is dat 1,28 % op bank- en spaartegoeden, 6,00 % op beleggingen en 2,70 % op schulden, waarna 36 % belasting volgt over het saldo boven het heffingsvrije vermogen van € 59.357 (€ 118.714 met fiscaal partner).

De tegenbewijsregeling laat u aantonen dat uw werkelijke rendement lager was. Is dat zo, dan betaalt u over het lagere bedrag. Was het hoger, dan blijft het forfait staan — de regeling kan u dus nooit slechter uit laten komen dan het forfait, alleen beter.

Hoe het werkelijke rendement wordt berekend

werkelijk rendement =
      ontvangen inkomsten
    + eindwaarde − beginwaarde
    − stortingen
    + onttrekkingen
    − betaalde rente op schulden

Vier regels bepalen de uitkomst, en ze wijken alle vier af van wat mensen intuïtief aannemen:

RegelGevolg
Ongerealiseerde waardestijging telt meeEen koerswinst die u niet heeft verzilverd, is toch rendement
Kosten zijn niet aftrekbaarBehalve rente op box 3-schulden. Transactie- en beheerkosten niet
Nominaal, niet reëelInflatie speelt geen rol; een rendement gelijk aan de inflatie is toch belast
Geen verliesverrekeningEen negatief jaar levert nul heffing op, maar verdwijnt daarna

Stortingen en onttrekkingen zijn geen rendement. Wie in juni € 20.000 bijstort, ziet het vermogen stijgen zonder dat er iets is verdiend. Precies dit onderscheid maakt de berekening lastig: uw eindsaldo weet u, maar het onderscheid tussen “verdiend” en “bijgestort” staat in geen enkel jaaroverzicht.

Wanneer is tegenbewijs gunstig?

Kort gezegd: in een slecht of vlak beursjaar. Het forfait van 6,00 % op beleggingen is hoog. Wie op 4 % uitkwam, betaalt met tegenbewijs minder; wie op 12 % uitkwam, laat het forfait staan.

Vuistregel per categorie:

Let op: het rendement wordt over uw hele box 3-vermogen bepaald, niet per categorie. U kunt niet tegenbewijs toepassen op de beleggingen en het forfait op het spaargeld.

Wat er in 2028 verandert

Het wetsvoorstel dat werkelijk rendement tot hoofdregel maakt, is doorgeschoven naar 2028. De tegenbewijsregeling is de tussenoplossing die volgt uit de arresten van de Hoge Raad, en geldt voor de jaren daarvóór.

De contouren van het nieuwe stelsel verschillen wezenlijk van de huidige regeling:

Voor wie nu al belegt betekent dat één ding: de administratie die u vanaf 2028 verplicht bijhoudt — waarde per 1 januari, waarde per 31 december, alle stortingen en onttrekkingen — is dezelfde administratie die u nu nodig heeft om tegenbewijs te kunnen leveren. Er is geen reden om daar tot 2028 mee te wachten.

Waarom dit met meerdere brokers echt lastig wordt

De formule is eenvoudig. De invoer is dat niet.

De Belastingdienst vraagt niet om uw beleggingsresultaat zoals uw app dat toont. Het vraagt om een bedrag dat u uit uw eigen administratie moet afleiden, en waarvoor de bewijslast bij u ligt. Wie meerdere rekeningen in meerdere valuta aanhoudt, heeft daarvoor een transactieadministratie nodig — geen saldo-overzicht.

Zelf doorrekenen Rekentool werkelijk rendement box 3 Vul beginvermogen, eindwaarde, inkomsten en stortingen in — de tool leidt het werkelijke rendement af en vergelijkt het met het forfait.

Veelgestelde vragen

Telt ongerealiseerde waardestijging mee?

Ja. Het werkelijke rendement omvat de volledige waardeverandering van uw beleggingen over het jaar, ook als u niets heeft verkocht. Dat is precies waarom de tegenbewijsregeling in een goed beursjaar vrijwel nooit gunstig uitpakt: een niet-verzilverde koersstijging telt volledig mee.

Mag ik transactiekosten aftrekken?

Nee. Bij de bepaling van het werkelijke rendement zijn kosten niet aftrekbaar, met één uitzondering: rente die u betaalt over schulden in box 3. Aan- en verkoopkosten, beheerkosten en valutakosten tellen niet mee.

Kan ik een verlies meenemen naar volgend jaar?

Nee. Een negatief werkelijk rendement leidt tot een heffing van nul over dat jaar, maar verrekening met een ander jaar is niet mogelijk. Elk jaar staat op zichzelf.

Hoe zit het met buitenlandse beleggingen en vreemde valuta?

Die tellen gewoon mee, omgerekend naar euro. Een koerswijziging van de valuta is onderdeel van de waardeverandering en dus van het rendement. Bij meerdere brokers in meerdere valuta betekent dit dat u alle rekeningen op dezelfde peildatum in euro moet waarderen.

Bronnen

Dit is een indicatie ter oriëntatie, geen fiscaal advies. De cijfers volgen de hierboven genoemde bronnen op de vermelde datum; tarieven wijzigen jaarlijks.